Uitlegbare AI als fundament voor een open overheid
De Wet open openheid (Woo) bestaat inmiddels vier jaar en regelt het recht van burgers op overheidsinformatie. De Woo moet ervoor zorgen dat de overheid transparant is in haar processen en besluitvorming. Dit betekent dat informatie vanaf het begin goed wordt vastgelegd en dat besluiten navolgbaar zijn en afwegingen inzichtelijk. Niet omdat iemand daar later om vraagt, maar omdat openheid is ingebouwd in processen en besluitvorming. Bij een goed functionerende open overheid verdwijnen veel Woo-verzoeken vanzelf. Niet door minder open te zijn, maar door vertrouwen proactief te organiseren.
De Woo gaat niet over dossiers of termijnen, maar over publieke waarden: transparantie, democratische controle en vertrouwen tussen overheid en samenleving. Burgers, journalisten en toezichthouders vragen niet om documenten, maar om begrijpelijke antwoorden. Ze willen weten hoe besluiten tot stand komen, waarom keuzes zijn gemaakt en op basis waarvan.
Tegelijkertijd staat deze belofte onder groeiende druk. In de Kamerbrief over AI en de Woo van 16 februari 2026 schetst het kabinet hoe technologie kan bijdragen aan een betere uitvoering van de wet. Die brief maakt ook duidelijk dat veel initiatieven nog in de kinderschoenen staan en dat echte opschaling vraagt om scherpere keuzes in samenwerking, governance en inrichting van de informatievoorziening. De politieke en maatschappelijke urgentie is voelbaar, maar het vraagstuk reikt verder dan beleid of techniek alleen.
De kernvraag is namelijk niet of de overheid transparant wil zijn, maar of zij haar eigen besluitvorming voldoende kan volgen, uitleggen en reproduceren. Zolang openbaarheid vooral een herstelactie achteraf blijft, gebaseerd op het terugzoeken van versnipperde informatie, zal vertrouwen kwetsbaar blijven.
Dit moeten we anders aanpakken. En snel ook.
De uitdagingen in kaart gebracht
Toenemende druk op transparantie en vertrouwen
De uitvoering van de Woo veroorzaakt structureel hoge kosten, lange doorlooptijden en maatschappelijke frictie. Nederlandse ministeries doen gemiddeld 143–188 dagen over een Woo-verzoek, terwijl de wettelijke termijn 42 dagen is. Bij gemiddeld 2.000 Woo-verzoeken per jaar en een inzet van 30 tot 60 uur per verzoek, bedragen de directe uitvoeringskosten circa 5 tot 10 miljoen euro per jaar, exclusief dwangsommen en andere kosten.
De oorzaak ligt niet in de wet, maar in een versnipperde informatiehuishouding en handmatige processen. Voor journalisten en maatschappelijke organisaties belemmert dit hun controlerende rol. Voor ambtelijke organisaties betekent het een structureel hoge werkdruk en afhankelijkheid van individuele kennis. Bestuurders zien zich steeds vaker genoodzaakt om besluiten achteraf toe te lichten op basis van onvolledige of versnipperde informatie.
Deze druk heeft een directe invloed op het vertrouwen. Antwoorden komen vaak laat, zijn beperkt of raken de kern van de vraag niet. Wat formeel correct is, voelt in de praktijk onbevredigend. Het gevolg is een vicieuze cirkel van nieuwe vragen, oplopende Woo-verzoeken en steeds grotere druk op organisaties.
De Woo maakt dit zichtbaar, maar veroorzaakt het niet. Zij legt bloot dat transparantie en traceerbaarheid in veel organisaties onvoldoende is verankerd in de manier waarop informatie en besluitvorming zijn georganiseerd
Huidige initiatieven: logisch, maar ontoereikend
Het is begrijpelijk dat de afgelopen jaren stevig is ingezet op technologische oplossingen. AI-toepassingen voor zoeken, classificeren en anonimisering beloven verlichting en versnelling. Veel organisaties starten pilots om specifieke knelpunten op te lossen. Deze initiatieven zijn logisch en vaak technisch succesvol.
Tegelijkertijd blijkt het merendeel lastig op te schalen. Pilots verbeteren een onderdeel van het proces, maar veranderen het proces zelf niet. Ze pakken symptomen aan waar de druk het hoogst is, terwijl het fundament ongewijzigd blijft. Daardoor ontstaat versnelling van een werkwijze die zelf onvoldoende grip heeft op informatie.
De geschiedenis van het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI) onderstreept dit patroon. De ambitie van één centrale vindplaats voor overheidsinformatie was logisch en maatschappelijk wenselijk. In de praktijk bleek echter dat centrale ontsluiting niet werkt zonder eenduidige vastlegging, consistente metadata en duidelijke afspraken over eigenaarschap aan de bron. De les is helder: Vindbaarheid begint niet bij een platform, maar bij grip op de informatie aan de bron.
De kern van het probleem: niet in control zijn
Onder de druk, de falende opschaling en het groeiend aantal Woo-verzoeken ligt één structureel probleem: veel organisaties zijn onvoldoende in control over hun informatie en besluitvorming.
Besluiten komen tot stand over meerdere systemen, dossiers en – steeds vaker – informele kanalen. Informatie is verspreid, context is impliciet en vastlegging is inconsistent. Dezelfde vraag kan daardoor verschillende antwoorden opleveren, afhankelijk van wie zoekt, waar gezocht wordt en met welke interpretatie. Traceerbaarheid ontbreekt: het is moeilijk te reconstrueren hoe een besluit tot stand kwam, welke afwegingen zijn gemaakt en welke informatie daarvoor is gebruikt.
Openbaarheid wordt zo een herstelactie achteraf. Elke nieuwe vraag vereist opnieuw zoeken, duiden en afwegen. AI kan dat proces versnellen, maar zolang het onderliggende probleem niet wordt opgelost, blijft versnelling gelijkstaan aan symptoombestrijding.
Wie vooral inzet op sneller afhandelen, zonder grip op uitlegbaarheid en traceerbaarheid, verschuift het probleem vooruit en houdt deze kwetsbaarheid in stand
Onze visie
Sopra Steria ziet de Woo niet als een dossierproces, maar als een publieke waarde-opgave. Vertrouwen win je niet met losse documenten, maar met informatie die vindbaar, navolgbaar en uitlegbaar is. Dat vraagt om een drastisch andere aanpak. Niet langer documenten centraal stellen, maar de besluitvorming zelf: hoe keuzes tot stand komen, welke afwegingen zijn gemaakt en welke informatie daaraan ten grondslag ligt.
Zolang openheid wordt georganiseerd rondom documenten en verzoeken, blijft zij per definitie reactief. Wie transparantie structureel wil verbeteren, moet het verankeren in processen, data en governance. Openheid wordt dan geen eindpunt van een verzoek, maar een eigenschap van de informatievoorziening.
Van reactieve verantwoording naar proactieve transparantie
Deze verschuiving vraagt om een fundamentele keuze. In plaats van achteraf reconstrueren wat er is gebeurd, ontstaat ruimte om vooraf inzicht te bieden in wat relevant is. Door te begrijpen welke besluiten, thema’s en informatie structureel vragen oproepen, kan transparantie veel gerichter en proactiever worden ingericht.
Proactieve transparantie betekent niet alles publiceren, maar begrijpelijk ontsluiten wat ertoe doet. Dat verlaagt niet alleen de druk op Woo-processen, maar versterkt ook de publieke dialoog. Burgers en journalisten krijgen context, in plaats van fragmenten. Vertrouwen wordt zo niet afgedwongen via procedures, maar opgebouwd via inzicht.
Meer eisen stellen aan AI: uitlegbaarheid en traceerbaarheid voorop
In deze beweging speelt AI een belangrijke rol, maar niet als doel op zich. AI dient als versneller voor schaalbare traceerbaarheid. Juist daarom moet de overheid hogere eisen stellen aan hoe ze AI wil inzetten.
AI-toepassingen die bijdragen aan transparantie moeten niet alleen snel of efficiënt zijn, maar uitlegbaar, controleerbaar en beheersbaar. Ze moeten zichtbaar maken wat het systeem doet, waarom het dat doet en op basis van welke informatie. Alleen dan versterkt AI de betrouwbaarheid van besluitvorming in plaats van deze te vertroebelen.
Goede bedoelingen of technische prestaties zijn onvoldoende. Wie AI inzet in dit domein, moet vanaf het begin ontwerpen voor governance, kwaliteit en verantwoording.
Openbaarheid en privacy als ontwerpvraag
Transparantie en privacy staan vaak op gespannen voet. In de praktijk zijn het twee kanten van dezelfde ontwerpvraag. Zorgvuldige openbaarmaking is alleen mogelijk wanneer afwegingen expliciet zijn vastgelegd en herleidbaar blijven.
Wanneer besluitvorming, context en uitzonderingsgronden traceerbaar zijn ingericht, wordt privacybescherming sterker in plaats van zwakker. Niet door minder open te zijn, maar door beter te kunnen uitleggen waarom informatie wel of niet openbaar wordt gemaakt.
Betrouwbaarheid is een keuze
Deze visie is ambitieus, maar realistisch. De knelpunten rond de Woo zijn niet onvermijdelijk, maar het gevolg van eerdere ontwerpkeuzes. Daarom zijn ook andere keuzes mogelijk.
De Woo kost de overheid jaarlijks miljoenen euro’s, grotendeels door vermijdbare oorzaken. AI levert pas waarde op als het deel uitmaakt van een structureel ontwerp met focus op informatiekwaliteit, hergebruik en uitlegbaarheid.
Wie transparantie ziet als eigenschap van besluitvorming, traceerbaarheid en uitlegbaarheid als ontwerpprincipes hanteert en AI gericht als versneller inzet, kan betrouwbaarheid structureel versterken.
Dit kan dus wél, mits je het goed ontwerpt.
Duurzame beheersing van de Woo
Beoogde resultaten: van reactieve afhandeling naar proactieve transparantie
De grootste potentie van AI ligt niet in het versnellen van Woo-verzoeken, maar in het verminderen ervan. Door veelgevraagde informatie proactief, begrijpelijk en herhaalbaar beschikbaar te maken op basis van patronen in eerdere verzoeken, kunnen er drie concrete effecten ontstaan:
- Kortere doorlooptijden en minder bezwaar/beroep door betere vindbaarheid en consistentere afwegingen.
- Lagere werkdruk door hergebruik: Informatie die vaker wordt opgevraagd, wordt vaker proactief en eenduidig ontsloten.
- Meer vertrouwen door traceerbaarheid: burgers kunnen beter zien welke informatie ten grondslag ligt aan besluiten en hoe afwegingen tot stand komen.
End-end: het totale probleem oplossen in plaats van brandjes blussen
Het gaat niet om het versnellen van één stap in het Woo-proces, maar om het herontwerpen van het onderliggende waardeproces: van vastlegging aan de bron, inrichting voor vindbaarheid en afwegingen, tot de verantwoording naar buiten.
Dit betekent dat je niet alleen kijkt naar ‘sneller zoeken’ of ‘sneller lakken’, maar vooral naar de voorwaarden waardoor besluiten überhaupt navolgbaar en uitlegbaar worden. Pas dan wordt openheid een eigenschap van de informatievoorziening in plaats van het eindpunt van een verzoek.
Dit vraagt om een volwassen informatiehuishouding waarin kerninformatie structureel wordt vastgelegd in zakenregistraties, metadata, auditlogs en event-registraties. Documenten zijn vooral de menselijk leesbare variant om burgers en bedrijven te informeren over het besluit én het gevolgde proces. Zonder dit fundament blijft iedere maatregel, ook het gebruik van AI, hangen in symptoombestrijding.
AI als versnellermits verantwoord ingezet
AI kan de Woo-uitvoering beheersbaarder maken, bijvoorbeeld bij kennisontsluiting, classificatie en anonimisering. Versnelling werkt echter alleen als AI onderdeel is van een verantwoord ontwerp- en uitvoeringsmodel, niet als losse tool.
Een zorgvuldige inrichting is dan ook essentieel. In de praktijk gaat het dan om governance, kaders voor het ontwerpen van verantwoorde AI-toepassingen, voldoende investeringen en training om AI-geletterdheid te vergroten, én een volwassen informatiehuishouding als fundament – met datakwaliteit en metadata waarop je kunt vertrouwen:
- Heldere governance: expliciete rollen en verantwoordelijkheden, ontwerp- en gebruikskaders, en borging in beleid en processen.
- Monitoring: Gebruik en prestaties, inclusief signalering van afwijkingen, met periodiek onderhoud om modellen, prompts en werkwijzen bij te sturen.
- Traceerbare audittrails: niet ‘open’ op zichzelf, maar wél zó ingericht dat je achteraf kunt reconstrueren wat er is gebeurd en waarom – als basis voor transparantie en verantwoording.
- Human-in-the-loop: processen en interfaces die mensen aantoonbaar ondersteunen bij besluiten, met inzicht in zowel het handelen van de professional als van de technologie.
De AI-verordening onderstreept dit: toepassingen binnen de publieke sector, en dan met name bij Woo-verzoeken, vallen al snel in een hoog-risicocategorie en vereisen aantoonbare beheersmaatregelen. Ook buiten deze categorie blijven transparantie en uitlegbaarheid cruciaal waar AI de informatiepositie van burgers raakt.
Bewezen (open source) componenten: modulair, schaalbaar en herbruikbaar
Om betrouwbaar op te kunnen schalen binnen verschillende overheidsorganisaties, is het van belang om oplossingen modulair op te bouwen en dat ze en bestaan uit bewezen, herbruikbare en bij voorkeur open source bouwstenen. Met behulp van deze centraal beheerde voorzieningen kunnen organisaties sneller en eenduidiger problemen verhelpen, zonder telkens opnieuw het wiel uit te vinden.
Onze Advanced Search & Retrieval-oplossing uitgelegd
Een concreet voorbeeld van zo’n modulaire bouwsteenbenadering is onze “Advanced Search & Retrieval”-oplossing. Deze maakt semantisch zoeken mogelijk: zoeken op betekenis in plaats van alleen op exacte woorden. Dat levert sneller een completer beeld op van wat er over een onderwerp beschikbaar is en verkleint de kans op gemiste informatie door verschillen in zoektermen.
De oplossing kun je inzetten als hulpmiddel bij het beantwoorden van Woo-verzoeken, maar ook als middel om de informatiehuishouding structureel te verbeteren.
Daarbij horen ontwerpkeuzes die de toegevoegde waarde en beheersing aantonen:
- Evalueren en optimaliseren door automatisch validatiemechanisme: de verschillende mogelijke instellingen en taalmodellen automatisch vergelijken, optimaliseren en aantonen dat daarmee veelgestelde vragen consistent beantwoord worden. Dit maakt het ook mogelijk om met regelmaat die keuzes te herzien, bijvoorbeeld als er nieuwe veelgestelde vragen zijn of als je een nieuw taalmodel wilt vergelijken met je huidige. Zo kies je voor een duurzame oplossing en kan je keer op keer je afhankelijkheden en keuzes onderbouwd evalueren. In onderzoek van Sopra Steria in 2025 hebben we laten zien dat je instellingen zoals hybride zoeken, combineren van exacte woorden zoeken en semantisch zoeken, optimaal kan kiezen.
- Centraal zoeken over datasilo’s: je kunt kiezen hoe je datasilo’s aansluit. Als je data nog niet doorzoekbaar is, kan je deze inladen. Als je data al doorzoekbaar is in de bron, kun je kiezen voor federatief zoeken, blijft de data in de silo en gebruik je AI boven op de bestaande zoekingang. Dat vereenvoudigt governance doordat gebruikers alleen toegang hebben tot data die ze mogen zien, maar profiteer je wel van de mogelijkheden van generatieve AI. Ongeacht hoe je databronnen ontsluit, kun je centraal systematisch zoeken over de data die je mag zien in de datasilo’s.
Onze oplossing is modulair opgebouwd met opensource technologie en kan overal draaien: publieke cloud (bijvoorbeeld Azure), private cloud (zoals Politie heeft), on-prem (laptop, voertuig, server of datacenter). Je hoeft alleen de componenten te gebruiken die je nog niet hebt. Zo leun je enkel op componenten van onze oplossing die waarde toevoegen aan je eigen beheerde componenten, zoals platform, autorisatie, taalmodellen, opslag, datasilo’s. Samen kiezen we hoe je de prestatie van het totale systeem moet meten en zo optimaliseren we de configuratie om te bewijzen dat het goed werkt. Uiteraard laten we gebruikers ook testen om dit in de praktijk ook te kunnen bevestigen. Zo werkt Sopra Steria samen met de overheid om te bewijzen dat haar AI-oplossingen echt waarde toevoegen en in de praktijk werken.
Van ambitie naar uitvoering
De komende periode is bepalend voor de rol van AI binnen de Woo. Juist nu kunnen overheden keuzes maken die niet alleen vandaag effectief en schaalbaar zijn, maar ook morgen uitlegbaar en onderhoudbaar blijven. Sopra Steria Nederland ondersteunt de overheid bij deze stap: van visie, naar succesvolle implementatie en adoptie op grote schaal.
Sopra Steria roept de overheid op om bij de beoordeling van AI-oplossingen strengere eisen te stellen aan modulariteit, betrouwbaarheid en schaalbaarheid. Dat is haalbaar. Toch zien we in de praktijk nog te vaak pilots starten die daar aantoonbaar niet aan voldoen. Daarnaast mag je ook eisen dat de toevoegde waarde van de AI-oplossing in de pilot daadwerkelijk wordt aangetoond, met bewijsmateriaal. Het is inefficiënte besteding van publiek geld als je pilots laat starten zonder de juiste eisen te stellen hieraan.
Dankzij brede domeinkennis in de overheid en andere kritieke sectoren ziet Sopra Steria al langer de behoefte aan een alternatief voor zowel big tech-oplossingen, vanwege de gewenste onafhankelijkheid, als start-ups, vanwege de vereiste schaalbaarheid. Daarom investeert Sopra Steria al jaren in het eigen Advanced Search & Retrieval-product: een oplossing op basis van opensource componenten, inzetbaar op uiteenlopende infrastructuren en ontworpen voor verantwoorde, betrouwbare en schaalbare AI. Daarmee ondersteunt Sopra Steria niet alleen de uitvoering van de Woo, bijvoorbeeld door sneller informatie te vinden en te duiden. Daarnaast helpt het ook informatiehuishoudingen structureel te versterken, zodat openheid niet uitsluitend via verzoeken hoeft te ontstaan.